violist wordt vibrafonist
 
     

jacques alkema, gitaar

hotviolist

Gerard bekeerde zich begin 1940 tot jazz. Zijn eerste schreden op het pad van de jazzmuziek werden begeleid door Maarten van Wolferen, kort na de oorlog pianist en bassist van de Dutch Swing College, later SG - Secretaris Generaal - op het Ministerie van OKW en Staatsraad. Ted Bouman, klarinettist en later bassist bij Frans Poptie stond ook aan de jazzwieg van Gerard van der Hoek jr., samen met klasgenoten-gitaristen John Veltema - die er toen al een van metaal had, een stalen gitaar - en Jacques Alkema.
Zo verkeerde hij vanaf het begin van 1940 in de Haagse jazzmuziekscene, een milieu waarin zich beginnende (amateur-) jazzmuzikanten ophielden, als drummer André Westendorp, trombonist Wim Kolstee, trompettist Wybe Buma.
In die eerste oorlogsmaanden werd er lustig op los geswingd tijdens huispartijtjes. Op zondagmiddagen trof je elkaar bij de legendarische dansschool Bremer op de Groot Hertoginnelaan in Den Haag. Bij politie-invallen konden de vege lijven en de instrumenten vaak maar ternauwernood gered worden via ramen en achterdeuren.

In die periode werden er al geluidsopnamen gemaakt bij Gé Bakker, met George de Bruyn als opnameleider. In de studio aan het Thomsonplein speelde een trio met Jacques Alkema, gitaar, zijn broer Tjomme, piano en met Gerard van der Hoek op viool.
Toen Philips in Eindhoven tijdens de oorlog aan het experimenteren was met geluidsregistratie via de Philips Miller-band zijn er van violist Van der Hoek en gitarist Alkema opnamen gemaakt (die banden zijn verdwenen). Zij werden terzijde gestaan door een aantal Eindhovense medemuzikanten w.o. Peter de Vlam en pianist Rein Verbeek, die later nog op Jazz Behind the Dikes vereeuwigd werd.

Tussen al die blazers voelde de violist zich niet al te goed thuis - en zij wisten met die violist niet goed raad. Na de bevrijding formeerde hij - uiteraard - een Quintet à la de Hotclub de France. Sologitarist, op toen al een gitaar met elektronica op een multiplex frame, was Hessel de Boer, schilder en docent portret aan de Haagse Academie, Kees Prent, bas, Jacques Alkema en John Kramer, gitaar.
Er was in die tijd in het Haagse een kwintet van gitarist Joop van Oirsouw, met zang van Joke van Erp. Zij noemden zich The Underfed Five, toepasselijke naam in die naoorlogse dagen. Naar analogie daarvan sierde Van der Hoek's kwintet zich met de naam Majo Kwintet, naar het noodkacheltje waarop in die oorlog zo menige suikerbiet was gekookt.
Dat Majo Kwintet kreeg zijn eerste engagement van twee weken in de foyer van bioscoop Metropole Palace van directeur Van Tol, goede vriend van prins Bernhard.

Majo Kwintet in Metropole Palace, Den Haag

In 1955 nam het Majo Kwintet deel aan AVRO-Jazzcompetitie. Als geintje nam het vijftal een andere naam aan. De gedachte was: als er een orkest bestaat van een niet bestaand college, namelijk het Dutch Swing College, waarom dan niet een Kwintet van het Dutch String College. Het vijftal viel niet in de prijzen. Goeroe Michiel de Ruyter vond het een bijzonder ongelukkig gekozen naam. Met een viool die hij - vast wel terecht - in Night and Day zo vals als de nacht vond, behaalde het kwintet de laatste plaats.


AVRO jazzcompetitie in Musis Sacrum, Arnhem

 

    gerard van der hoek, hotviool  
       
 
de laatste plaats in de AVRO Jazzcompetitie