het bespelen
 
het ontstaan

 

 
het instrument
 
 

klik op een van de plaatjes voor tekst en uitleg

 
 
 
 

 

 
 

Het muziekinstrument werd omstreeks 1900 uitgevonden in USA. Of, uitgevonden, eer
ontwikkeld. Want er was al een instrument met twee of meer rijen toetsen van hout , de xylofoon (xylos (latijn) = hout, phoonè=geluid (Gr.), waarop met (twee) hamertjes, geslagen moet worden om er geluid uit te krijgen. En van dat instrument liggen de roots nog veel verder weg, nog veel verder terug.

Slaginstrumenten


Trommen, drums èn de vibrafoon behoren allemaal tot dezelfde familie van de
percussie-instrumenten (percussie = aanslaan), slaginstrumenten dus. Een drummer die vandaag de dag een slagwerkopleiding volgt aan een conservatorium leert ook vibrafoon spelen.

In wat nu wereldmuziek wordt genoemd waren van oudsher al slaginstrumenten in gebruik: gamelan in de muziek van Indonesia, seintrommen bij volkeren in Afrika. Afrikaanse slaven namen hun slaginstrumenten mee naar Midden- en Zuid Amerika en daar ontwikkelde zich de marimba.

In Europa werden allerlei slaginstrumenten aanvankelijk gebruikt in de volksmuziek.
Frankrijk kende in de 16de eeuw al de claquebois, instrument de bois et de paille (stro). Ook in het Duitsland van begin 16de eeuw was er een slaginstrument waarbij toetsen in een strobed lagen, de Strohfiedel.
Dat soort slaginstrumenten raakte in vergetelheid, maar de belangstelling herleefde ca. 1830. Halverwege de 19de eeuw was de Rus Gussikov een beroemd percussionist. Men komt het instrument dan tegen in het circus, waar de xylofoon in virtuoos gebruik is bij clowns: wie kent niet het virtuozennummer Zirkus Renz.
Uit die houten instrumenten, uit de xylofoon in het bijzonder, is de vibrafoon ontwikkeld.

In de 19de eeuw werd het instrument opgenomen in de kunstmuziek: in Dans Macabre van Saint Saens is een xylofoon te horen, maar ook in composities van Mahler, Stravinski, Bartok, Hindemith, Orf, Boulez.

In de jazzmuziek treedt de vibrafonist op als solist, met trio's, kwartetten, bigbands: Bobby Hutcherson, Call Tjader, Milt Jackson met het Modern Jazz Quartet, Red Norvo, Terry Gibbs; ook Lionel Hampton speelde vibrafoon, maar ook drums al sprong hij daar zelfs doorheen.
Bekende Nederlandse vibrafonisten waren en zijn: Coen van Nassau, hij speelde bij De Millers, Eddy Sanchez, Jan Pieters van de Swing Society, Carl Schultze, Frits Landesbergen, Ben Gerritse. En Gerard van der Hoek.


TERUG OMHOOG


De vibrafoon heeft twee rijen metalen toetsen. Net als bij de piano liggen de hele noten - de witte pianotoetsen - vooraan bij de bespeler, naar de toehoorders toe; de halve - de zwarte toetsen dus - daar achter, naar de toehoorder toe.
De omvang van de vibrafoon omvat 2 tot 4 octaven.
De toetsen moeten worden aangeslagen op het midden van de toets met 2 of meer stokken (USA: mallets). Die zijn er, met verschillende kleuren, in verschillende uitvoering, voor harde muziek - forte, fortissimo - dan wel voor zachte - piano, pianissimo - muziek.
Vlak onder de toetsen, tegen de toetsen aan, bevindt zich een viltstrook. Die dempt het vibrato en de geluidssterkte. Met een voetpedaal kan die strook worden losgemaakt van de toetsen en dan vibreert de vibrafoon eerst met recht.
De toetsen kunnen ook gestemd worden door er aan te vijlen: de toonhoogte wordt verhoogd door toetsen in de lengte te vijlen, de toonhoogte wordt verlaagd door in de breedte te vijlen.


TERUG OMHOOG

 


Onder de toetsen hangen holle resonantiebuizen: korte bij de hoge tonen, lange bij de lage. Vergelijk instrumenten met een hoge stemming, die klein zijn, kort, zoals met instrumenten met diepe lage tonen: de viool en de contrabas, het bachtrompetje en een trombone, en kijk eens naar al die verschillende saxofoons, van sopranini, tot bassax.
De buizenrij van de vibrafoon aan de kant waar de solist staat zijn ook kort aan zijn rechterhand, daar waar een hoge f ligt en tot bijna op de grond, daar waar een lage f ligt. De buizen aan de voorkant, die naar het publiek toe, onder de halve noten, zeg maar de zwarte toetsen van een piano, vertonen uit esthetische overwegingen symmetrie. Buizen aan de hoge kant zouden daar eigenlijk net zo kort moeten zijn als de buizen onder die van de hoge halve noten. Maar ze zijn daar net zo lang gemaakt als die aan de lage kant. Dat is dus nep. Net als de buizen onder de lege plekken, waar geen halve noten zijn, tussen de b en de c en tussen de e en de f. Ook nep, maar wel een fraai gezicht.

Bovenin de buizen, vlak onder de toetsen, draaien schijfjes aan een as, als ventilatoren. Die laten de lucht, dus de toon vibreren. Die ventilatortjes zorgen voor een vibrato, vandaar de naam vibrafoon, ook wel vibraharp.
Vibrato ontstaat doordat de toonhoogte voortdurend iets omhoog en omlaag gaat rondom een gemiddelde van 4 tot 7 trillingen per seconde (4-7 Herz). De snelheid van het vibrato is te regelen, tot heel langzaam bij een gevoelige ballade.

TERUG OMHOOG